Diagnose herseninfarct

De symptomen van een herseninfarct zijn sterk afhankelijk van de grootte en de plek van het infarct. Er is dus altijd een aanvullend onderzoek nodig om de aanwezigheid en ernst van een herseninfarct vast te stellen. Dit aanvullend onderzoek geschiedt vrijwel altijd door middel van het maken van een CT-scan. Een CT-scan is bedoeld om een hersenbloeding uit te sluiten, een herseninfarct is niet direct zichtbaar op de CT-scan!

CT-scan

Bij een CT-scan wordt er door middel van röntgenstraling een digitale dwarsdoorsnede van een patiënt gemaakt. Voor een CT-scan kan het soms noodzakelijk zijn contrastvloeistof toegediend te krijgen. Dit contrastvloeistof wordt zichtbaar op de CT-scan en zodoende kan er worden gekeken of er een afsluiting zit in belangrijke slagaderen. Tijdens een CT-scan moet de patiënt op een onderzoekstafel liggen en wordt de tafel in een ring geschoven. Bij controle van het hoofd hoeft alleen de schedel en nek in de ring worden geschoven. De scan van het hoofd duurt circa 10 minuten.

Vervolgonderzoeken

Als de diagnose herseninfarct is gesteld en er eventueel gestart is met behandeling wordt er tevens gezocht naar de oorzaak. Hiervoor zijn onderstaande vervolgonderzoeken bedoeld:

  • ECG - Dit is een hartfilmpje om hartritmestoornissen op te vinden
  • Vitale functies - De bloeddruk wordt uurlijks gemeten
  • Bloedonderzoek - Gekeken wordt naar stollingsproblemen
  • MRI - Dit is aanvullend onderzoek als de CT-scan geen uitsluitsel geeft
  • Bloedsuikercurve - De bloedsuiker wordt meerdere keren gecontroleerd
  • Duplex - Dit is een echo van de nekslagaders